Ran Vossen hanteert duidelijke en transparante tarieven.

Tijdens de eerste consultatie wordt een overzichtelijke beschrijving gegeven van de te verwachten kosten en de financiële gevolgen van de behandeling van het dossier. De tarieven bestaan uit een ereloon, administratiekosten en eventuele gerechtskosten. Sedert 1 januari 2014 zijn de erelonen van advocaten onderworpen aan een BTW tarief van 21%.

Het ereloon voor een eerste consultatie kost 60€ (excl. BTW). In geval van opening van een dossier, wordt het ereloon berekend aan de hand van een basisuurtarief van 100 of 150€ (excl. BTW), afhankelijk van de moeilijkheidsgraad en de spoedeisendheid van het dossier.
De erelonen worden nauwkeurig berekend op basis van gepresteerde uren. In de loop van de procedure worden tussentijdse provisiestaten bezorgd, verrekend in de eindafrekening.

De eindafrekening voorziet een gedetailleerd en chronologisch overzicht van de verrichtte prestaties en gemaakte kosten.

De kantoorkosten worden aangerekend aan een forfaitair tarief van 10% van de erelonen en omvatten alle dossierkosten, zoals opening van het dossier, fotokopies, kosten van briefwisseling, verplaastingskosten, kosten van telecommunicatie (telefoon, fax, e-mail, etc.)

De gerechtskosten zijn de noodzakelijke kosten, die de advocaat dient te betalen in het kader van een procedure, zoals griffiekosten, deurwaarderskosten enz. Wanneer de tegenpartij door de rechtbank wordt veroordeeld, kunnen deze kosten worden verhaald op de tegenpartij.

In geval van invordering van facturen wordt met een forfaitair systeem gewerkt, dat vooraf met de cliënt wordt overeengekomen. Het uitgangspunt hierbij is dat de betaling gebeurt door debiteur via de gevorderde interesten en het schadebeding.

Indien u over een rechtsbijstandsverzekering beschikt, worden de kosten en het ereloon betaald door de rechtsbijstandverzekeraar. U dient hiervoor contact op te nemen met uw makelaar.

In geval van een procedure krijgt de partij, die in het gelijk wordt gesteld, een rechtsplegingsvergoeding (berekend aan de hand van het belang van de zaak), een vergoeding die mede dient om de proceskosten te betalen. Dit is een tussenkomst in de advocatenkosten.

Sinds 1 januari 2008 is de ‘Wet betreffende de verhaalbaarheid van erelonen van advocaten van 21.4.2007’ van toepassing.

De in het ongelijk gestelde partijen dienen een forfaitair deel van de advocatenkosten van de winnende partij te betalen.

Het bedrag van de vergoeding wordt bepaald in functie van de aard van de zaak en de belangrijkheid van het geschil.

Op verzoek van één van de partijen kan de rechtbank de basisvergoeding verhogen of verlagen.

De rechter houdt hierbij rekening met:

  • de financiële draagkracht van de verliezende partij
  • de complexiteit van de zaak
  • contractueel bepaalde vergoedingen
  • het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

Het Koninklijk Besluit van 26.10.2007 (Belgisch Staatsblad 9.11.2007) bepaalt de tarieven van deze vergoeding vanaf 1 juni 2016.

Voor wat betreft geschillen die betrekking hebben op zaken van familierecht, is het vaak zo dat er geen rechtsplegingsvergoeding wordt toegekend aan één van beide partijen. De rechtbank gaat er immers in deze zaken vanuit dat er geen ‘verliezende’ partij is.

De bedragen worden vastgelegd per aanleg. In graad van hoger beroep kan een tweede maal een rechtsplegingsvergoeding worden gevorderd.